bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 29 › Deuteronomium 29:17
Deuteronomium 29:17
hoe gij hun gruwelen hebt moeten aanschouwen, en hun schandgoden van hout en steen, van zilver en goud, die zij hadden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And ye have seen their abominations, and their idols, wood and stone, silver and gold, which were among them:)
In Context
16Gij weet toch, hoe wij in het land van Egypte hebben vertoefd, en midden door de volken gezworven, waar gij doorheen zijt gekomen,
18Moge er heden onder u geen man en geen vrouw, geen geslacht en geen stam zijn, die zijn hart afwendt van Jahweh, onzen God, om de goden van die volken te gaan dienen, en moge er onder u geen wortel zijn, die gift en bitterheid doet ontspruiten.
Read all of Deuteronomium 29
Cross References
Leviticus 18:3Gij moogt u niet gedragen naar de zeden van Egypte, waar gij gewoond hebt, noch naar die van Kanaän, waar Ik u heenvoer; naar hun zeden moogt ge niet leven.
Deuteronomy 28:36Jahweh zal u en uw koning, dien gij over u aanstelt, naar een volk laten brengen, dat gij noch uw vaderen hebben gekend. Daar zult ge vreemde goden moeten dienen van hout en steen,
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 29:17