Ezechiël 27:2
Mensenkind, ge moet over Tyrus een klaagzang aanheffen,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Now, thou son of man, take up a lamentation for Tyrus;
In Context
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
Cross References
Jeremiah 9:10Heft een wee- en jammerklacht aan op de bergen, Een klaaglied op de dreven der steppe: Want ze liggen verlaten, er trekt niemand doorheen, Men hoort er niet meer het blaten der kudde; De vogels uit de lucht met het vee Zijn weggevlucht en verdwenen.
Jeremiah 9:17Dit zegt Jahweh der heirscharen: Gaat klaagvrouwen zoeken, laat ze komen; De bekwaamsten ontbieden, Dat ze komen, zich spoeden;
Ezekiel 19:1Ge moet een klaagzang aanheffen over de vorsten van Israël, en
Ezekiel 27:32Dan heffen ze op u hun klaaglied aan, En zingen een treurzang om u: Wie was aan Tyrus gelijk Midden op de oceaan?
Ezekiel 32:2Mensenkind, ge moet een klaagzang aanheffen over Farao, den koning van Egypte, en tot hem zeggen: Ge waart als een krokodil in de wateren, Ge liet ze uit uw neusgaten spuiten; Met uw poten hebt ge het water bevuild, Al zijn stromen drabbig gemaakt.
Amos 5:16Daarom spreekt Jahweh, de Heer, Der heirscharen God: Op alle pleinen breekt de jammerkreet los, Op alle straten gilt men: Wee, wee! Men roept zelfs den landman op om te rouwen, Om te jammeren in de rij van de klagers;