Genesis 47:9
Jakob gaf Farao ten antwoord: Het getal van mijn pelgrimsjaren bedraagt honderd dertig: weinig in aantal, maar vol van verdriet zijn mijn levensjaren geweest, en zij hebben niet het getal van die mijner vaderen bereikt in de dagen van hun pelgrimstocht.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8sprak Farao tot Jakob: Hoeveel jaren telt ge reeds?
10Toen zegende Jakob Farao, en ging van Farao heen.
Cross References
Genesis 5:27Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
Genesis 11:24Nachor was negen en twintig jaar oud, toen hij Tara verwekte.
Genesis 35:28En toen Isaäk honderd tachtig jaar oud was,
Genesis 50:26Toen stierf Josef, honderd tien jaren oud. Men balsemde hem in Egypte, en legde hem daar in een kist.
Exodus 7:7Moses was tachtig en Aäron drie en tachtig jaar oud, toen zij tegen Farao optraden.
Joshua 24:29Na dit alles stierf Josuë, de zoon van Noen, de dienaar van Jahweh, in de ouderdom van honderd tien jaren.