Habakuk 3:10
De aarde splijt Gij tot rivieren, De bergen zien sidderend naar U op; Een stortvloed van water jaagt voort, De afgrond buldert.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Uw boog is ontbloot, Gij hebt uw koker met pijlen gevuld;
Cross References
Exodus 19:16En op de derde dag in de morgen: donderslagen en bliksemflitsen; over de berg een donkere wolk en schetteren van bazuingeschal. Al het volk in de legerplaats rilde van angst.
Joshua 4:18Zodra nu de priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen, uit het midden van de Jordaan waren gekomen, en de voetzolen der priesters het droge hadden bereikt, hernam het water van de Jordaan zijn loop, en trad weer buiten zijn oevers als vroeger.
Judges 5:4Jahweh, toen Gij uittoogt uit Seïr, Wegtrokt van Edoms veld, Sidderde de aarde, en beefde de hemel, Sloegen de wolken in regen neer.
Psalms 18:15Open lag de bedding der zee, Het fundament van de aarde kwam bloot: Door uw dreigen, o Jahweh, Door het snuivend gebries van uw neus.
Psalms 66:6De zee legde Hij droog, En ze trokken te voet door de stroom! Laat ons in Hem ons verheugen,
Psalms 74:13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;