Jakobus 3:8
maar de tong: geen mens kan haar temmen; rusteloos kwaad, vol dodelijk venijn.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But the tongue can no man tame; it is an unruly evil, full of deadly poison.
In Context
Cross References
Psalms 55:21Hun mond is gladder dan boter, Maar vijandig hun hart; Hun woorden zijn zachter dan olie, Maar steken als dolken.
Psalms 58:4Ze zijn venijnig als giftige adders; Ze stoppen hun oren als dove slangen,
Psalms 64:3Want ze scherpen hun tong als een zwaard, Richten als pijlen hun bittere woorden;
Ecclesiastes 10:11En als de slang bijt, omdat ze niet wordt bezworen, Heeft de slangenbezweerder geen nut van zijn kunde.
James 3:6Ook de tong is een vuur: een wereld van ongerechtigheid. Onder onze leden is het de tong, die heel het lichaam bezoedelt, en ons levensrad in brand steekt, zelf in vlam gezet door de hel.