Psalmen 55:21
Hun mond is gladder dan boter, Maar vijandig hun hart; Hun woorden zijn zachter dan olie, Maar steken als dolken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
20Ze slaan de hand aan hun vrienden, En schenden hun trouw.
Cross References
2 Samuel 16:19Bovendien, aan wien kan ik beter mijn diensten aanbieden, dan aan zijn zoon? Zoals ik in dienst van uw vader geweest ben, zo wil ik het ook in de uwe zijn.
Psalms 12:2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
Psalms 57:4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
Psalms 62:4Ze leggen het op zijn ondergang aan, En liegen er op los, om hem in het ongeluk te storten; Ze zegenen wel met hun mond, Maar vervloeken met hun hart.
Proverbs 5:3Want al druipen de lippen der vreemde van honing, En is haar gehemelte gladder dan olie,
Proverbs 26:24De vijand veinst met zijn lippen, Maar innerlijk bergt hij bedrog.