The Bible Software
bible.software › Jeremia › Jeremia 38 › Jeremia 38:7

Jeremia 38:7

Zodra de Ethiopiër Ebed-Mélek, een der eunuchen in het koninklijk paleis, hoorde, dat men Jeremias in de put had geworpen,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Now when Ebed-melech the Ethiopian, one of the eunuchs which was in the king’s house, heard that they had put Jeremiah in the dungeon; the king then sitting in the gate of Benjamin;

In Context

6Toen lieten ze Jeremias halen, en in de put van prins Malki-jáhoe werpen, in de gevangen-hof. Met touwen lieten ze er Jeremias in af; en daar er in de put geen water stond, maar enkel slijk, zakte Jeremias weg in de modder.

8verliet hij het koninklijk paleis, daar de koning zich bij de Benjaminpoort ophield, en sprak tot den koning:

Read all of Jeremia 38

Cross References

Deuteronomy 21:19dan moeten zijn vader en moeder hem laten grijpen, hem naar de oudsten der stad en naar de poort van zijn woonplaats laten brengen,

Job 29:7Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten:

Proverbs 29:10Bloeddorstige mensen haten den deugdzame, De goeden zijn bezorgd voor zijn leven.

Jeremiah 29:2nadat koning Jekonias met de gebiedster, de hovelingen en de magistraten van Juda en Jerusalem, met de smeden en bankwerkers Jerusalem hadden moeten verlaten.

Jeremiah 37:13Maar toen de profeet Jeremias bij de Benjaminpoort was gekomen, hield de wachtmeester, een zekere Jiri-ja, de zoon van Sjelemja, zoon van Chananja, hem aan, en zeide: Ge wilt overlopen naar de Chaldeën!

Amos 5:10Haten, die in de poort berispt, Verfoeien, die de waarheid spreekt!

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Jeremia 38:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Jeremia 38:6Jeremia 38Jeremia 38:8 →