Job 19:13
Mijn broeders houden zich verre van mij, Mijn bekenden zijn vreemden voor mij;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He hath put my brethren far from me, and mine acquaintance are verily estranged from me.
In Context
14Mijn verwanten verdwenen, Mijn gasten zijn mij vergeten.
Cross References
Job 6:20Maar ze worden in hun verwachting beschaamd, Staan bij hun aankomst te schande.
Job 16:7De kwaadwillige zou mij aanstonds weerloos maken En heel zijn bent greep mij aan;
Psalms 31:11Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
Psalms 38:11Mijn vrienden en makkers keren zich af om mijn plagen, En mijn verwanten staan op een afstand te spotten;
Psalms 69:8Ik ben een vreemdeling voor mijn broeders geworden, Een onbekende voor de zonen mijner moeder:
Psalms 69:20Gij weet, hoe de smaad mij het hart heeft gebroken, En hoe vertwijfeld ik ben. Ik wachtte op een, die medelijden had, maar er was er geen, Op troosters, maar ik vond ze niet.