Job 20:11
En al is zijn gebeente vol jeugdige kracht, Het legt zich neer bij hem in het graf.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
His bones are full of the sin of his youth, which shall lie down with him in the dust.
In Context
10Zijn zonen bedelen bij armen, Zijn kinderen geven zijn rijkdom af;
12Hoe zoet het slechte in zijn mond mag smaken, Hoe hij het onder zijn tong ook verbergt,
Cross References
Job 13:26Dat Gij zo’n bitter lot mij bestemt, En de fouten wreekt van mijn jeugd;
Job 19:20Mijn vlees teert weg in mijn huid Met mijn tanden knaag ik mijn beenderen af.
Psalms 25:7Wees niet de zonden mijner jeugd en mijn fouten indachtig, Maar blijf mij gedenken naar uw genade.
Proverbs 5:22De boze wordt in zijn eigen wandaden verstrikt, In de banden van zijn zonden gevangen;
Ezekiel 24:13Omdat Ik u reinigen wilde, maar ge niet rein werdt, Zult ge van uw onreinheid niet meer worden gezuiverd; Totdat Ik mijn woede aan u heb gekoeld,
John 8:21Een ander maal sprak Jesus tot hen: Ik ga heen, en gij zult Mij zoeken, en in uw zonde zult gij sterven. Waar Ik heenga, kunt gij niet komen.