The Bible Software
bible.software › Job › Job 26 › Job 26:10

Job 26:10

Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

He hath compassed the waters with bounds, until the day and night come to an end.

In Context

9Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.

11De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.

Read all of Job 26

Cross References

Job 38:8Wie heeft de zee achter deuren gesloten, Toen zij bruisend uit de moederschoot kwam;

Job 38:11Toen Ik sprak: Ge komt tot hier en niet verder, Hier wordt de trots van uw golven gebroken!

Psalms 33:7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.

Proverbs 8:29Toen Hij de zee haar grenzen stelde, Dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde:

Jeremiah 5:22Mij wilt ge niet vrezen, zegt Jahweh; Voor mijn aanschijn niet beven? Ik, die de duinen gezet heb als grens voor de zee, Een slagboom voor eeuwig, die ze niet overschrijdt; Al klotsen haar golven, ze blijven onmachtig, Hoe ze ook stormen, ze slaan er niet over.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Job 26:10

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 26:9Job 26Job 26:11 →