Job 26:10
Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He hath compassed the waters with bounds, until the day and night come to an end.
In Context
9Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.
11De zuilen van de hemel staan te waggelen, Rillen van angst voor zijn donderende stem.
Cross References
Job 38:8Wie heeft de zee achter deuren gesloten, Toen zij bruisend uit de moederschoot kwam;
Job 38:11Toen Ik sprak: Ge komt tot hier en niet verder, Hier wordt de trots van uw golven gebroken!
Psalms 33:7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
Proverbs 8:29Toen Hij de zee haar grenzen stelde, Dat de wateren haar oevers niet zouden overschrijden; Toen Hij de fundamenten der aarde legde:
Jeremiah 5:22Mij wilt ge niet vrezen, zegt Jahweh; Voor mijn aanschijn niet beven? Ik, die de duinen gezet heb als grens voor de zee, Een slagboom voor eeuwig, die ze niet overschrijdt; Al klotsen haar golven, ze blijven onmachtig, Hoe ze ook stormen, ze slaan er niet over.