Job 26:9
Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He holdeth back the face of his throne, and spreadeth his cloud upon it.
In Context
8Hij knevelt de wateren in zijn zwerk, De wolken bersten niet onder haar last;
10Hij trekt een kring langs de waterspiegel, Waar het licht aan de duisternis grenst;
Cross References
Exodus 33:20En Hij ging voort: Mijn aanschijn kunt ge niet aanschouwen, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.
1 Kings 8:12Nu sprak Salomon: De zon heeft Jahweh aan de hemel geplaatst, Maar zelf besloot Hij, in een wolk te vertoeven.
Psalms 97:2Donkere wolken pakken zich om Hem heen, Recht en gerechtigheid schragen zijn troon.
1 Timothy 6:16Hij die alleen de onsterfelijkheid bezit, die het ontoegankelijk licht bewoont, dien geen mens heeft gezien of kàn zien, wien de eer is en eeuwige macht. Amen!