Job 26:8
Hij knevelt de wateren in zijn zwerk, De wolken bersten niet onder haar last;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He bindeth up the waters in his thick clouds; and the cloud is not rent under them.
In Context
7Hij spant het Noorden over de baaierd, Hangt de aarde boven het niet;
9Hij bedekt het gelaat der volle maan, En spreidt er zijn nevel over uit.
Cross References
Genesis 1:7God maakte het uitspansel, en scheidde het water onder het uitspansel van het water daarboven;
Job 37:11Het zwerk belaadt Hij met dampen, En spreidt zijn lichtende wolken uit.
Job 38:37Wie telt met wijsheid de wolken af, En giet de zakken van de hemel leeg:
Psalms 135:7Hij laat de wolken verrijzen Aan de kimmen der aarde; Smeedt de bliksem tot regen, Haalt de wind uit zijn schuren.
Proverbs 30:4Wie steeg ten hemel op, en daalde weer neer; Wie ving de wind in zijn holle hand; Wie bond het water in zijn mantel; Wie stelde de grenzen der aarde vast? Hoe is zijn naam, hoe de naam van zijn zoon? Zeg het mij, wanneer ge het weet.
Jeremiah 10:13Als Hij zijn donder laat rollen, En de wateren in de hemel doet bruisen, Als Hij de wolken omhoogtrekt van de grenzen der aarde, Zijn bliksems omsmeedt in regen, En de storm uit zijn schatkamers haalt: