Job 30:25
Heb ik zelf niet geweend over den zwaar beproefde, Was ik over den arme niet zielsbedroefd?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Did not I weep for him that was in trouble? was not my soul grieved for the poor?
In Context
24Maar steekt een drenkeling de hand niet uit, Roept men in zijn ellende niet om hulp?
26Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.
Cross References
Job 24:4De berooiden worden van de weg gedrongen, De armen in het land moeten zich allen verbergen;
Job 29:16Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit.
Job 31:31Hebben mijn tentgenoten niet gezegd: Wie verzadigt zich niet aan het vlees van zijn vijand?
Psalms 35:13En toch, toen zìj ziek lagen, Trok ik het boetekleed aan, Putte mij door vasten uit, En het gebed was niet weg uit mijn hart;
Proverbs 14:31Die een arme verdrukt, smaadt zijn Schepper; Maar wie zich over hem ontfermt, brengt Hem eer.
Proverbs 19:17Wie goed is voor een arme, leent aan Jahweh; Hij zal hem zijn weldaad vergelden.