Job 31:21
Indien ik mijn hand tegen een rechtschapene ophief, Omdat ik bemerkte, dat men mij in de poort ondersteunde:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
If I have lifted up my hand against the fatherless, when I saw my help in the gate:
In Context
20Hebben zijn lendenen mij niet moeten zegenen, Werd hij niet verwarmd door de wol mijner schapen?
22Dan valle mijn schouder uit het gewricht, Worde mijn arm uit het gelid gerukt;
Cross References
Job 22:9Maar de weduwen zendt ge zonder iets heen, De armen der wezen slaat ge stuk!
Job 29:12Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;
Proverbs 23:10Verleg de grenzen van weduwen niet En raak niet aan de akker van wezen;
Ezekiel 22:7Vader en moeder worden bij u geminacht, de vreemdeling wordt in uw midden hardvochtig behandeld, wees en weduwe verschopt men bij u.
Micah 7:3Hun handen deugen enkel voor kwaad. De vorst zuigt uit, de rechter is veil, De grote roept openlijk wat hij wil;