Mattheüs 4:3
De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.
Cross References
Genesis 3:1De slang was het sluwste van alle dieren in het wild, die Jahweh God had gemaakt. Ze sprak tot de vrouw: Heeft God u dan werkelijk verboden, van de bomen in de tuin te eten?
Exodus 16:3en de kinderen Israëls zeiden tot hen: Waren we maar in Egypte door de hand van Jahweh gestorven, toen we bij de vleespotten zaten en volop brood konden eten; waarachtig, ge hebt ons naar deze woestijn gebracht, om heel deze menigte van honger te doen sterven.
Job 1:9Maar satan gaf Jahweh ten antwoord: Is Job soms godvrezend om niet?
Psalms 78:17Maar ze zondigden opnieuw tegen Hem, En tartten den Allerhoogste in de woestijn;
Matthew 14:33Nu wierpen zij, die in het vaartuig waren, zich voor Hem neer, en zeiden: Waarachtig, Gij zijt de Zoon van God.
Luke 4:9Nu voerde hij Hem naar Jerusalem en plaatste Hem op het dakterras van de tempel. En hij zei Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan van hier naar beneden.