Spreuken 17:5
Wie een arme bespot, smaadt zijn Schepper; Wie leedvermaak heeft, blijft niet ongestraft.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4De boosdoener luistert naar zondige taal, De valsaard heeft oor voor heilloze woorden.
6Kleinkinderen zijn de kroon der grijsaards, Vaders de trots van hun kinderen.
Cross References
Job 31:29Heb ik mij in het ongeluk van mijn vijand verheugd, Of gejubeld, omdat onheil hem trof;
Proverbs 14:21Een zondaar geeft niet om zijn naaste; Zalig hij, die zich over de armen ontfermt!
Proverbs 16:5Jahweh verafschuwt alle hooghartige mensen; De hand erop: ze ontkomen niet aan hun straf.
Jeremiah 17:16Ik heb niet aangedrongen Op onheil bij U, Naar de dag van jammer niet verlangd, Gij weet het! Wat mij over de lippen kwam, Was afkomstig van U!
Obadiah 1:10Omdat ge Jakob, uw broeder, hebt vermoord en mishandeld. Zult ge voor eeuwig worden beschaamd en vernield!
Obadiah 1:12Gij hadt u niet mogen verlustigen in de dag van uw broeder, In de dag van zijn rampspoed; U niet blij mogen maken over de kinderen van Juda, Op de dag van hun val. Ge hadt geen hoge toon mogen voeren, Op de dag der benauwing;