Psalmen 10:8
Hij legt zich in hinderlaag achter de heggen, Om heimelijk de onschuld te moorden. Zijn ogen begluren den zwakke,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Zijn mond zit vol bedrog en geweld, Verderf en onheil kleven aan zijn tong.
Cross References
Judges 9:25De burgers van Sikem legden hem hinderlagen op de toppen der bergen, en beroofden een ieder, die op weg hen voorbijging. Dit werd Abimélek meegedeeld.
1 Samuel 23:23Onderzoekt nog eens goed in alle grotten, waar hij zich schuil kan houden, en komt bij mij terug, om mij in te lichten. Dan zal ik met u meegaan. En mocht hij in het land zijn, dan zal ik hem vinden uit alle duizenden van Juda!
Job 24:14Eer het licht wordt, maakt zich de moordenaar op, Om armen en berooiden te doden; En terwijl het nog nacht is, Sluipt hij rond als een dief.
Psalms 94:6Ze doden weduwen en wezen, Vermoorden die bij ons kwamen wonen.
Proverbs 6:12Een nietsnut is het, een booswicht, Die omgaat met bedrieglijke taal;
Jeremiah 22:17Maar gij hebt geen oog en geen hart Dan voor uw voordeel alleen, Voor het vergieten van onschuldig bloed, Voor geweld en verkrachting.