Psalmen 109:18
De vloek trok hij aan als een kleed: Die dringe hem als water in het lijf, als olie in zijn gebeente;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17Hij hield van vervloeking: die treffe hem dan; Geen zegen wilde hij spreken: die blijve hem verre!
19Die worde de mantel, waarin hij zich hult, De gordel, die hij altijd moet dragen.
Cross References
Numbers 5:22Dit vloekwater zal in uw binnenste dringen, om uw buik te doen zwellen en uw heup te doen invallen!” En de vrouw moet antwoorden: Amen, Amen!
Job 20:12Hoe zoet het slechte in zijn mond mag smaken, Hoe hij het onder zijn tong ook verbergt,
Job 29:14Rechtschapenheid trok ik aan als een kleed, Mijn gerechtigheid als een mantel en kroon.
Psalms 109:19Die worde de mantel, waarin hij zich hult, De gordel, die hij altijd moet dragen.
Matthew 27:3Toen zag Judas, die Hem verraden had, dat Hij veroordeeld was; hij kreeg spijt, bracht de dertig zilverlingen aan de opperpriesters en oudsten terug,
Acts 1:25om de plaats van dit ambt en apostolaat in te nemen, die Judas verbeurd heeft, om te gaan naar de plaats, die hem toekomt.