The Bible Software
bible.software › Psalmen › Psalmen 119 › Psalmen 119:110

Psalmen 119:110

En al leggen de bozen mij strikken, Van al uw bevelen wijk ik niet af.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

The wicked have laid a snare for me: yet I erred not from thy precepts.

In Context

109Al zweeft mijn leven in voortdurend gevaar, Toch vergeet ik nimmer uw wet;

111Uw vermaningen blijven mijn erfdeel voor eeuwig, Want ze zijn de vreugd van mijn hart;

Read all of Psalmen 119

Cross References

Psalms 10:8Hij legt zich in hinderlaag achter de heggen, Om heimelijk de onschuld te moorden. Zijn ogen begluren den zwakke,

Psalms 57:7Mijn hart is gerust, o mijn God; mijn hart is gerust; Ik wil zingen en spelen.

Psalms 119:21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;

Psalms 119:85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.

Psalms 119:95De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.

Psalms 140:5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Psalmen 119:110

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Psalmen 119:109Psalmen 119Psalmen 119:111 →