Psalmen 119:95
De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The wicked have waited for me to destroy me: but I will consider thy testimonies.
In Context
94Ik ben de uwe: Ach, kom mij te hulp, Want ijverig spoor ik uw voorschriften na;
96Aan alles zie ik een eind, al is het nog zo volmaakt, Maar uw gebod is onbegrensd!
Cross References
1 Samuel 23:20Welnu, als het u, o koning, behaagt, er heen te gaan, doe het dan; wij zullen zorgen, dat hij aan den koning wordt uitgeleverd.
Psalms 10:8Hij legt zich in hinderlaag achter de heggen, Om heimelijk de onschuld te moorden. Zijn ogen begluren den zwakke,
Psalms 37:32De boze loert op den vrome, En zoekt hem te doden;
Psalms 119:24Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.
Psalms 119:61En al houden mij de strikken der bozen gevangen, Nooit vergeet ik uw wet;
Psalms 119:85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.