The Bible Software
Psalmen · De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

Psalmen 2

1Waarom razen de volken, Bluffen de naties,

2Komen de koningen der aarde bijeen, Spannen de vorsten samen tegen Jahweh en zijn Gezalfde:

3“Laat ons hun ketens verbreken, Ons van hun boeien ontslaan!”

4Die in de hemelen woont, lacht hen uit, Jahweh bespot ze;

5Dan dreigt Hij ze toornig, Doet ze rillen voor zijn gramschap:

6“Ik zelf stel Mij een koning aan, Op Sion, mijn heilige berg!”

7Nu wil Ik Jahweh’s beslissing verkonden; Hij heeft Mij gezegd: Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.

8Vraag Mij: dan geef Ik U de volkeren tot erfdeel, En de grenzen der aarde tot uw bezit;

9Gij moogt ze vermorzelen met ijzeren knots, En stuk slaan als een aarden pot.

10Koningen, bedenkt het dus wel; Weest gewaarschuwd, wereldregeerders!

11Dient Jahweh in vreze; Beeft, en kust Hem de voeten!

12Anders ontsteekt Hij in toorn, en loopt gij uw verderf tegemoet, Want licht kan zijn gramschap ontvlammen. Gelukkig, wie tot Hem zijn toevlucht neemt!

← Psalmen 1Read In The App, Free →Psalmen 3 →

Study Psalmen 2

KJVMatthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Reina-Valera (Español)Bíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)

All Chapters

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150