Hooglied 1:10
Hoe bekoorlijk uw wangen tussen de hangers, Uw hals in de snoeren.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thy cheeks are comely with rows of jewels, thy neck with chains of gold.
In Context
9Met het span van Farao’s wagens Vergelijk ik u, liefste;
11Gouden hangers laten we u maken, Met plaatjes van zilver.
Cross References
Genesis 24:22En nadat de kamelen volop hadden gedronken, nam de man een gouden neusring ter waarde van een halve sikkel, stak die in haar neus, deed om haar polsen twee armbanden ter waarde van tien gouden sikkels,
Genesis 41:42En Farao trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan de hand van Josef, trok hem een kostbaar linnen gewaad aan, en hing hem een gouden keten om de hals.
Proverbs 1:9Want het siert uw hoofd als een krans, Uw hals als een snoer.
Song of Solomon 5:13Zijn wangen zijn als balsembedden, Waar geurige kruiden op groeien; Zijn lippen zijn lelies, En druipen van vloeiende mirre.
Isaiah 61:10En Ik zal juichen en jubelen in Jahweh, Mijn ziel zich verheugen in mijn God. Want Hij heeft Mij gehuld in het kleed van het Heil, Mij de mantel der Gerechtigheid omgeslagen: Zoals een bruidegom zich kroont met een krans, Een bruid zich tooit met haar pronk.
Ezekiel 16:12Ik gaf u een ring door uw neus en hangers aan uw oren een prachtige kroon op uw hoofd.