Ezechiël 31:17
Want sij sullen ooc met hem nederdalen in die helle tot die verslaghene metten sweerde, ende eens ieghelijcs arm sal onder zijn lommeringhe sitten int midden der natien.
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Nehemiah 3:17Achter hem hebben die Leuiten ghetimmert Rehum die sone van Benui, Nae hem heeft getimmert Hasebias die prince der helicht vanden wijck Ceila in sijnen wijck,
Isaiah 14:9Die helle beneden is verstoort gheweest ten ontmoete van uwer toecomste, sij heeft v die ruesen verwect. Alle die princen der eerden sijn opghestaen van haren stoelen, alle die princen der natien.
Ezekiel 30:6Dit seyt die Heere God. Ende sij sullen vallen die Egipten onder houden, ende die houerdie van haer heerscappie sal verdoruen worden, vanden torre van Sienes sullen sij metten sweerde vallen in haer, seyt die Heere der heyrscaren,
Ezekiel 31:3Siet Assur is als eenen Cederboom in Libanus schoon van tacken, ende van bladeren, boschachtich, ende verhauen van hoochden, ende tusschen die dicke looueren is zijnen tsop opghehauen.
Ezekiel 32:20Int midden vanden onbesnedenen sullen sij metten sweerde vallen, tsweert is ghegheuen, sij hebben haer aenghetrocken ende alle haer volcken.
Mark 4:32ende alst ghesaeyt is, soo comet op, ende dwort meerder dan alle die spijscruyden, ende het maect groote tacken, alsoo dat onder sijn scaduwe die voghelen des hemels moghen woonen,