Psalmen 137:3
Op wat dach dat ick v aenroepen sal verhoort my, soe suldi in mijn ziele die cracht vermenichfuldighen.
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
1 Chronicles 15:27Ende Dauid was ghecleedt met een eerlijc ouercleedt van costelijck wit lijnwaet, ende alle die Leuiten die darcke droeghen, ende die sangers, ende Chonenias die prince der prophecien onder die sangers, Maer Dauid was ooc ghecleedt met eenen lijnen lijfrock,
Nehemiah 4:2ende gheseyt voor sijn broeders, ende voor een groote vergaderinghe der Samaritanen, Wat maken die onmachtighe Ioden? sullen die Heydenen hen dat toelaten? Sullen sij sacrificie doen, ende voldoen al op ee-nen dach? Sullen sij moghen steenen metsen van die hoopen des ghestubs die verbrant sijn?
Psalms 65:1MAect iolijt Gode alle die aerde,
Psalms 80:6Hy heeft sijnen rugghe afghekeert vanden lasten, sijn handen hebben inden corf ghedient.
Proverbs 25:20ende verliest den mantel inden dach der couden. Als edick in weede asschen is hy die liedekens singhet den boosen herten. Ghelijc die motte den cleede, ende den worm den houte, alsoo let eens mans droeffheyt der herten.
Isaiah 51:11Ende nu die verlost zijn vanden Heere sullen wederom comen, ende sij sullen in Sion comen louende, ende eewighe blijscap op hen hoofden. Blijscap ende vrolijcheyt sullen sij houden, pijne ende suchtinghe sullen vlieden.