John 4:9
De samaritaansche vrouw zeide tot Hem: Wat? gij, die een Jood zijt, vraagt drinken van mij, die een samaritaansche vrouw ben? (Want de Joden gaan niet om met de Samaritanen.)
Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge
In The King James Version
In Context
8Want zijn discipelen waren naar de stad gegaan om spijze te koopen.
Cross References
Luke 9:52en Hij zond boden uit voor zijn aangezicht; en deze gingen uit en kwamen in een stad der Samaritanen om voor Hem herberg te bereiden.
Luke 17:16En hij viel op het aangezicht bij zijn voeten, Hem dankende. En deze was een Samaritaan.
John 8:48Jezus antwoordde: Ik heb geen boozen geest, maar Ik eer mijn Vader en gij onteert Mij!
Acts 10:28En hij zeide tot hen: Gijlieden weet dat het een joodsch man niet geoorloofd is zich te voegen of te gaan bij een vreemdeling; doch mij heeft God getoond geen mensch onheilig of onrein te houden.