Matthew 27:39
En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,
Statenvertaling (Nederlands)
In The King James Version
And they that passed by reviled him, wagging their heads,
In Context
38Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker zijde.
Cross References
Job 16:4Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden?
Psalms 22:6(22:7) Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.
Psalms 31:11(31:12) Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.
Psalms 69:7(69:8) Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.
Psalms 109:2Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
Lamentations 1:12Lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns.