Genesis 46:16
De zonen van Gad waren: Sifjon, Chaggi, Sjoeni, Esbon, Eri, Arodi en Areli.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the sons of Gad; Ziphion, and Haggi, Shuni, and Ezbon, Eri, and Arodi, and Areli.
In Context
Cross References
Genesis 30:11En Lea zeide: Wat een weelde! En ze noemde hem Gad.
Genesis 49:19Gad: roverbenden stormen op hem aan, Maar hij zit hen op de hielen!
Numbers 1:24De zonen, die van Gad afstamden, werden naar hun geslachten en families, met name geteld; het getal strijdbare mannen van twintig jaar af
Numbers 26:16het geslacht der Oznieten van Ozni; het geslacht der Erieten van Eri;
Deuteronomy 33:20Over Gad sprak hij: Gezegend Hij, die Gad ruimte verschaft, Zodat hij zich neervlijt als een leeuwin, En arm en schedel verscheurt,
1 Chronicles 5:11Tegenover hen, in het land Basjan tot Salka, hadden de zonen van Gad hun woonplaats.