Jeremia 9:8
Want hun tong is een moordende pijl, Het woord in hun mond is bedrog. Vrede! roept men zijn vrienden toe, Maar in zijn binnenste legt men ze strikken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9En zou Ik dit alles niet straffen: Is de godsspraak van Jahweh: Op zulk een volk Mij niet wreken!
Cross References
2 Samuel 20:9sprak hij tot Amasa: Gaat het u goed, mijn broeder? En met de rechterhand greep hij Amasa bij de baard, om hem te omhelzen.
Psalms 12:3Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:
Psalms 55:21Hun mond is gladder dan boter, Maar vijandig hun hart; Hun woorden zijn zachter dan olie, Maar steken als dolken.
Psalms 62:5Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;
Psalms 64:8Hun eigen tong brengt ze ten val: Wie ze ziet, schudt meewarig het hoofd.
Proverbs 26:24De vijand veinst met zijn lippen, Maar innerlijk bergt hij bedrog.