Job 29:13
Dien de ondergang dreigde, zegende mij, Het hart der weduwe vrolijkte ik op;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;
14Rechtschapenheid trok ik aan als een kleed, Mijn gerechtigheid als een mantel en kroon.
Cross References
Deuteronomy 16:11Dan moet ge met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet, die binnen uw poorten woont, met den vreemdeling, den wees en de weduwe, die in uw midden wonen, vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
Deuteronomy 26:5Vervolgens moet gij voor het aanschijn van Jahweh, uw God, plechtig betuigen: Mijn vader was een ronddolend Arameër, die met slechts enkele mensen naar Egypte is afgezakt, maar terwijl hij daar als vreemdeling vertoefde, tot een groot, machtig en talrijk volk is aangegroeid.
Nehemiah 8:10En hij ging voort: Gaat lekkere spijzen eten en zoete dranken drinken, en stuurt geschenken rond aan hen, die niets hebben. Want deze dag is heilig voor onzen Heer. Weest dus niet treurig; want de vreugde in Jahweh is uw kracht!
Job 31:19Heb ik ooit een zwerver zonder kleding gezien, Of een arme zonder bedekking;
Psalms 67:4De volkeren zullen juichen en jubelen, Omdat Gij de wereld rechtvaardig regeert, Met gerechtigheid de volkeren richt, En de naties op aarde bestuurt.
Proverbs 31:6Geef de drank maar aan hen, die ontredderd zijn, Schenk wijn aan bedroefden: