Job 29:16
Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
I was a father to the poor: and the cause which I knew not I searched out.
In Context
15Ik was de ogen voor blinden, De voeten voor kreupelen;
17Maar den boosdoener brak ik de tanden, En rukte hem de prooi uit zijn kaken.
Cross References
Exodus 18:26Op iedere tijd spraken zij recht over het volk; de gewichtige zaken brachten zij voor Moses, de kleinere behandelden zij zelf.
Deuteronomy 17:8Wanneer bij een moordzaak, een rechtsgeschil, een kwetsuur, of een twistgeding de uitspraak binnen uw poorten u te moeilijk valt, moet ge de zitting opheffen en naar de plaats gaan, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen.
1 Kings 3:16Eens kwamen er twee lichte vrouwen bij den koning, om voor hem te verschijnen.
Job 24:4De berooiden worden van de weg gedrongen, De armen in het land moeten zich allen verbergen;
Job 31:18Neen, van kindsbeen af bracht ik hem groot als een vader, Van de moederschoot af ben ik haar leidsman geweest.
Job 31:32De zwerver behoefde niet buiten te overnachten Voor den reiziger heb ik de deuren geopend.