Mattheüs 1:2
Abraham won Isaäk. Isaäk won Jakob. Jakob won Juda en zijn broeders.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Abraham begat Isaac; and Isaac begat Jacob; and Jacob begat Judas and his brethren;
In Context
1Geschiedboek van Jesus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.
3Juda won Fares en Zara bij Tamar. Fares won Esron. Esron won Aram.
Cross References
Genesis 21:2Zij werd zwanger, en schonk Abraham op zijn oude dag een zoon, juist op de tijd, die God had voorzegd.
Genesis 29:32Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij noemde hem Ruben, want ze zeide: Jahweh heeft mijn ellende gezien; nu zal mijn man van mij houden.
Genesis 35:16Toen ze nu ook van Betel waren opgetrokken, en nog slechts op korte afstand van Efráta waren, beviel Rachel en had een zware verlossing.
Genesis 49:8Juda, u prijzen uw broeders; Uw hand drukt op de nek van uw vijand, De zonen van uw vader buigen zich voor u neer!
Joshua 24:2Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Aan de overkant van de Rivier woonden in oude tijden uw vaderen, Tara, de vader van Abraham en Nachor: toen dienden zij vreemde goden.
1 Chronicles 1:34Abraham was de vader van Isaäk. De zonen van Isaäk waren Esau en Israël.