Mattheüs 1:3
Juda won Fares en Zara bij Tamar. Fares won Esron. Esron won Aram.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And Judas begat Phares and Zara of Thamar; and Phares begat Esrom; and Esrom begat Aram;
In Context
2Abraham won Isaäk. Isaäk won Jakob. Jakob won Juda en zijn broeders.
4Aram won Amminadab. Amminadab won Naässon. Naässon won Salmon.
Cross References
Genesis 38:11Toen sprak Juda tot zijn schoondochter Tamar: Blijf als weduwe in uw vaderlijk huis, tot mijn zoon Sjela volwassen is. Want hij dacht: anders zal ook hij sterven evenals zijn broers. En Tamar ging heen, en bleef in het huis van haar vader wonen.
Genesis 38:29Maar hij trok zijn handje terug, en toen kwam zijn broertje te voorschijn. Nu sprak ze: Wat voor een bres hebt gij u gemaakt! En zij noemde hem Fares.
Numbers 26:20De geslachten van de Judeërs waren: het geslacht der Sjelanieten van Sjela; het geslacht der Farsieten van Fares; het geslacht der Zarieten van Zara.
1 Chronicles 2:1Hier volgen de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issakar, Zabulon,
1 Chronicles 9:6Ook enige afstammelingen van Zára; namelijk Jeoeël met zijn stamgenoten. In het geheel zeshonderd negentig man.