Psalmen 101:7
Maar niemand blijft in mijn huis, Die zich schuldig maakt aan bedrog; En wie leugens spreekt, Houdt geen stand voor mijn ogen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Leviticus 19:11Ge zult niet stelen. Ge moogt niet liegen noch elkander bedriegen.
2 Kings 5:26Maar Eliseus sprak tot hem: Vergezelde mijn geest u niet, toen de man van zijn wagen sprong, en u tegemoet liep? Nu hebt ge geld aangenomen, waar ge kleren, olijftuinen en wijngaarden, schapen en runderen, slaven en slavinnen voor kunt kopen;
Psalms 52:2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
Ezekiel 13:9Neerkomen zal mijn hand op de profeten, die een waanbeeld schouwden en leugens voorspelden; in de kring van mijn volk worden ze niet toegelaten, in het boek van Israëls huis niet ingeschreven, op Israëls grondgebied komen ze niet. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben.
Acts 1:25om de plaats van dit ambt en apostolaat in te nemen, die Judas verbeurd heeft, om te gaan naar de plaats, die hem toekomt.