Psalmen 78:58
Ze tergden Hem door hun offerhoogten, En prikkelden Hem met hun beelden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
57Trouweloos vielen ze af als hun vaderen, Wispelturig als een onbetrouwbare boog;
59God merkte het, en ziedde van gramschap, En Israël begon Hem te walgen:
Cross References
Exodus 20:4Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is.
Leviticus 26:30Uw offerhoogten zal Ik verwoesten en uw huisaltaren vernielen, uw lijken voor uw afgodsbeelden smijten, en een walg van u krijgen.
Deuteronomy 4:16misdadig een beeld van een afgod te maken, onder welke gedaante dan ook: in de vorm van een man of een vrouw,
Deuteronomy 12:2Gij moet alle plaatsen vernielen, waar de volken, die gij zult verdrijven, hun goden vereren: op de hoge bergen, de heuvels en onder iedere lommerrijke boom.
Deuteronomy 27:15Vervloekt de man, die een gesneden of gegoten beeld, zo’n gruwel voor Jahweh, zo’n kunstenaarsmaaksel, vervaardigt, en het heimelijk opstelt. En heel het volk zal antwoorden en zeggen: Amen!
Deuteronomy 32:21Zij hebben Mij geprikkeld door een god van niets, Mij door hun ijdelheden getart. Maar Ik zal hen prikkelen door een volk van niets, Hen tarten door een ijdel volk;