Genesis 34:14
Wij en moghen niet doen dat ghij begeert noch onse suster geuen eenen man die ombesneden es, dwelc bij ons verboden, ende een ombehoerlic dinc es,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
In Context
Cross References
Genesis 17:14Een mans persoon wiens vleesch van die voerhuyt sijnder manlijcheyt niet besneden en es, diens ziele sal wtghedaen worden wt sijnen volcke, om dat hy mijn verbont te niet ghedaen heeft.
Joshua 5:7Deser kinderen sijn ghecomen in die plaetse van haren vaderen, ende van Iosue besneden, want sij waren noch onbesneden, alsoo sij gheboren waren, ende niemant en hadde hen onder weghen besneden.
Judges 14:3Tot wien sijn vader ende moeder hebben gheseyt, En isser gheen vrouwe onder uwe broeders dochteren, ende onder allen v volck, dat ghy wilt een huysvrouwe nemen van die Philistijnen die ombesneden sijn? Ende Samson heeft tot sijnen vader gheseyt, Neemt dese voor my, want sij heeft mijnen ooghen behaecht.
1 Samuel 17:26Ende Dauid sprack tot die mans die by hem stonden segghende, Wat salmen den man gheuen die desen Philistijn verslaet ende tverwijt van Israel afneemt? wie is doch dese ombesneden Philistijn die daer het heyr vanden leuenden Godt bescimpt heeft?
2 Samuel 1:20En wilt dit niet bootscappen te Geth, noch en segges niet voorts op die vergaderinghen der straten van Ascalon, dat der Philistijnen dochteren hen by auontueren niet en verblijden, dat die dochteren vanden onbesnedenen hen niet en verhueghen.
1 Kings 21:9Ende dit was den sin vanden brief, Doet een vasten vercondighen, ende doet Naboth sitten tusschen die ierste des volcs,