Job 19:9
Mijn eer heeft Hij mij ontroofd, De kroon mij van het hoofd gerukt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He hath stripped me of my glory, and taken the crown from my head.
In Context
8Hij heeft mijn weg versperd: ik kan niet voorbij, En duisternis op mijn paden gelegd;
10Hij heeft mij van alle kant ondermijnd: en daar ga ik heen; Mijn hoop ontworteld als een boom,
Cross References
Job 29:7Als ik uitging naar de poort van de stad, En op het plein mijn zetel liet zetten:
Job 30:1Maar thans lachen jongere mensen mij uit, Lieden, wier vaders te min voor mij waren, Om ze bij mijn herdershonden te zetten;
Psalms 89:39Het verbond met uw dienaar verbroken, Zijn kroon vertrapt op de grond.
Psalms 89:44Gij hebt hem van zijn glorie beroofd, Zijn troon ter aarde geworpen;
Lamentations 5:16Gevallen de kroon van ons hoofd: Wee onzer, wij hebben gezondigd!