Psalmen 119
1TOtten Heere heb ick gheroepen als ick verdruct worde, ende hy heeft my verhoort.
2Heere verlost mijn ziele van die boose lippen, ende van die bedrieghelijcke tonghe.
3Wat mocht men v gheuen ende wat mochtmen v toelegghen, tot die bedrieghelijcke tonghe?
4Sy is als scerpe pijlen vanden machtighen, ende als verderuende colen.
5Wee my dat mijn pelgrinmagie verlinghet is, ic heb ghewoont metten bewoonders van Cedar,
6seer langhe heeft mijn ziele een vremdelinck gheweest.
7Metten ghenen die vrede haetten was ick vredelijck, als ick tot hen sprack, soo bestreden sij my sonder sake.
Study Psalmen 119
KJVMatthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Reina-Valera (Español)Bíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)
All Chapters
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150